ECLI:NL:CRVB:2026:301

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
24/1483 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overlijden appellant zonder opvolging

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Tijdens de procedure is appellant overleden, waardoor zijn belang bij de voortzetting van het geding is komen te vervallen.

De Raad heeft vervolgens belanghebbenden opgeroepen om het geding voort te zetten, maar er is geen reactie ontvangen. Ook na deze oproep is niet gebleken dat erfgenamen het hoger beroep hebben voortgezet.

Daarom oordeelt de Raad dat er geen procesbelang meer bestaat bij de beoordeling van het hoger beroep en verklaart het niet-ontvankelijk. Een verzoek om wraking van de rechters is buiten behandeling gesteld en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant zonder opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

24/1483 PW
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
24/1483 PW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 5 juni 2024, 24/486 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [appellant] , laatstelijk woonachtig te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente de Fryske Marren (college)

SAMENVATTING

Appellant is overleden. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 18 maart 2025, gelijktijdig met de zaken 21/2579 PW, 21/2580 PW, 22/1948 PW, 23/2484 en 24/1317 PW. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. C.B.M. Peters.
Bij brief van 19 maart 2025 heeft appellant een verzoek om wraking van de behandelend rechters ingediend.
De Raad heeft op 11 juni 2025 het bericht ontvangen dat appellant op [datum] 2025 is overleden.
Op 17 november 2025 heeft de Raad in de Staatscourant belanghebbenden opgeroepen om de gedingen van appellant als partij over te nemen. [1] Daarop is niet gereageerd.
Bij beslissing van 27 januari 2026 heeft de wrakingskamer van de Raad het wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld.
In de zaken 21/2579 PW, 21/2580 PW, 22/1948 PW, 23/2484 en 24/1317 PW is heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1. Appellant is op [datum] 2025 overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
2. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep van de Raad in de Staatscourant is niet door belanghebbenden verzocht om als partij aan het geding te mogen deelnemen.
3. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.G. Okhuizen als voorzitter en J.T.H. Zimmerman en D.H. Harbers als leden, in tegenwoordigheid van B.F.C. Wiedenhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
(getekend) E.C.G. Okhuizen
(getekend) B.F.C. Wiedenhof

Voetnoten

1.Staatscourant 2025, nr. 37942.