ECLI:NL:CRVB:2026:315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning Wajong-uitkering per 15 november 2023 na nieuwe aanvraag
Appellant diende in 2010 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering die door het UWV buiten behandeling werd gesteld. In 2023 diende appellant een nieuwe aanvraag in, die het UWV beoordeelde volgens de Wajong 2015. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het recht op uitkering niet eerder dan de aanvraagdatum kan ontstaan.
Appellant voerde aan dat zijn eerdere aanvraag ten onrechte buiten behandeling was gesteld en dat de nieuwe aanvraag ook een verzoek tot terugkomen op het eerdere besluit inhield. Hij stelde dat op grond van nieuwe medische rapporten het UWV ambtshalve het recht op uitkering had moeten vaststellen met terugwerkende kracht.
De Raad oordeelde dat de aanvraag van 2023 terecht als een nieuwe aanvraag is opgevat en dat het UWV niet verplicht was terug te komen op het besluit uit 2011. Artikel 1a:11, vierde lid, van de Wajong biedt een bevoegdheid tot ambtshalve toekenning alleen in gevallen van kennelijke hardheid, die hier niet aanwezig is. Het hoger beroep werd afgewezen en de toekenning per 15 november 2023 blijft in stand.
Uitkomst: De toekenning van de Wajong-uitkering per 15 november 2023 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.