ECLI:NL:CRVB:2026:342
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening uitspraak beëindiging Ziektewetuitkering
Verzoeker, voormalig administratief medewerker, ontving een Ziektewetuitkering die door het UWV werd beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. Na bezwaar en beroep werd de beëindiging bevestigd door de Centrale Raad van Beroep in een uitspraak van 11 mei 2023.
Verzoeker diende vervolgens meerdere verzoeken om herziening in, stellende dat de Raad het geschil niet volledig had beslecht en onterecht had geoordeeld dat hij zijn standpunt niet met medische gegevens had onderbouwd. Hij voerde aan dat ook een toets op evidente onredelijkheid moest plaatsvinden.
De Raad oordeelde dat herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker bracht geen nieuwe feiten aan. Een vermeende rechterlijke misslag of onbesproken gebleven beroepsgrond is geen grond voor herziening. Ook is geen aanleiding voor vervallenverklaring of rectificatie van de uitspraak.
De Raad concludeert dat het verzoek om herziening wordt afgewezen en dat de eerdere uitspraak van 11 mei 2023 blijft staan.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.