ECLI:NL:CRVB:2026:4

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
25/291 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden

In deze zaak heeft verzoekster, woonachtig in Marokko, een verzoek om herziening ingediend van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:740. Dit verzoek is afgewezen omdat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen die aanleiding zouden geven tot herziening van de eerdere uitspraak. De Centrale Raad heeft vastgesteld dat de argumenten die verzoekster heeft aangevoerd niet voldoende zijn om de onherroepelijke uitspraak te herzien. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting op 10 november 2025, maar partijen zijn niet verschenen. De Raad heeft in zijn overwegingen benadrukt dat het herzieningsverzoek niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak, maar enkel voor het aanvoeren van nieuwe feiten die niet eerder bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Aangezien verzoekster geen nieuwe feiten heeft gepresenteerd, blijft de uitspraak van 20 april 2023 in stand. De Raad heeft ook geoordeeld dat verzoekster het betaalde griffierecht niet terugkrijgt.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 april 2023, 22/2995 ANW
Partijen:
[verzoekster] te Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 12 januari 2026

SAMENVATTING

In deze zaak gaat het om een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:740. Wat verzoekster heeft aangevoerd is onvoldoende om de uitspraak te herzien. De Raad wijst het verzoek daarom af.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:740.
De Svb heeft een schriftelijke reactie op het herzieningsverzoek ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 10 november 2025. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Met een uitspraak van 20 april 2023 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 augustus 2022, 21/5175, bevestigd. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat de Svb terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het bezwaar was gericht tegen een besluit van 21 april 2021 waarin de Svb het verzoek om haar echtgenoot postuum, hij was overleden in 2020, toe te laten tot de vrijwillige verzekering heeft afgewezen. Daarbij is overwogen dat de verplichte verzekering van de echtgenoot al is geëindigd op 25 november 1989.
1.2.
Een eerste verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 april 2023, heeft de Raad afgewezen bij uitspraak van 3 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1975.
1.3.
Op 20 november 2024 heeft verzoekster weer gevraagd om herziening van de uitspraak van 20 april 2023. De Raad heeft verzoekster gevraagd de gronden van haar verzoek toe te lichten
.
Het standpunt van verzoekster
2. Verzoekster heeft verzocht haar dossier opnieuw te bekijken en haar een nieuwe gunstigere beslissing te geven omdat zij in een moeilijke financiële situatie verkeert.

Het oordeel van de Raad

3. De Raad beoordeelt of aanleiding bestaat om de onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad van 21 april 2023 te herzien. Hij doet dat aan de hand van de argumenten die verzoekster in haar verzoek om herziening heeft aangevoerd. De Raad wijst het herzieningsverzoek af. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3.1.
Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb [1] kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3.2.
De gronden van het verzoek om herziening komen erop neer dat verzoekster opnieuw de discussie probeert te voeren over de zaak waarover, na een inhoudelijke beoordeling, is beslist bij de uitspraak van de Raad van 20 april 2023. Het is vaste rechtspraak van de Raad [2] dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen terwijl geen sprake is van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Daar komt in dit geval bij dat verzoekster niet ingaat op de eerdere uitspraak van de Raad van 3 oktober 2024 waarin het eerste verzoek om herziening is afgewezen omdat verzoekster geen nova heeft gesteld. Ook bij dit herzieningsverzoek zijn geen nova gesteld ten aanzien van de ontvankelijkheid van het bezwaar en evenmin over de afwijzing van het verzoek om haar echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering. Het verzoek om herziening moet dan ook worden afgewezen nu niet gebleken is dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

Conclusie en gevolgen

3.3.
Het verzoek om herziening wordt afgewezen. De uitspraak van de Raad van 20 april 2023 blijft in stand.
4. Verzoekster krijgt daarom het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2026.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) C.K. Teunissen DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos comme membre, en présence de C.K. Teunissen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 12 janvier 2026.
(Signé) E.E.V. Lenos
(Signé) C.K. Teunissen

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:CRVB:2014:1218).