Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft verzoekster, woonachtig in Marokko, een verzoek om herziening ingediend van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:740. Dit verzoek is afgewezen omdat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen die aanleiding zouden geven tot herziening van de eerdere uitspraak. De Centrale Raad heeft vastgesteld dat de argumenten die verzoekster heeft aangevoerd niet voldoende zijn om de onherroepelijke uitspraak te herzien. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting op 10 november 2025, maar partijen zijn niet verschenen. De Raad heeft in zijn overwegingen benadrukt dat het herzieningsverzoek niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak, maar enkel voor het aanvoeren van nieuwe feiten die niet eerder bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Aangezien verzoekster geen nieuwe feiten heeft gepresenteerd, blijft de uitspraak van 20 april 2023 in stand. De Raad heeft ook geoordeeld dat verzoekster het betaalde griffierecht niet terugkrijgt.