ECLI:NL:CRVB:2026:441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsvermogen
Appellante, geboren in 1997, vroeg aanvankelijk in 2014 een Wajong-uitkering aan vanwege hersenletsel na een aanrijding in 2011. Het UWV wees dit in 2015 af omdat zij op haar achttiende verjaardag over arbeidsvermogen beschikte. Een tweede aanvraag in 2019 werd eveneens afgewezen, omdat geen sprake was van nieuwe feiten of duurzame toename van beperkingen.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het UWV terecht niet terugkwam op het eerdere besluit en dat appellante op de datum van haar tweede aanvraag niet voldeed aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. Deskundigenrapporten bevestigden dat appellante, behoudens periodes van opname, over arbeidsvermogen beschikte.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar problematiek en dat nieuwe medische inzichten tot een ander oordeel moesten leiden. De Raad volgde dit niet en onderschreef de deskundigenrapporten die het standpunt van het UWV bevestigen. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering tot toekenning van de Wajong-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een Wajong-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van duurzaam arbeidsvermogen.