ECLI:NL:CRVB:2026:463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 65% van laatstverdiende loon
Appellant was ziekgemeld met psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering vanaf juni 2020. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts vast dat appellant belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst. Een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies voor appellant. Het UWV beëindigde de ZW-uitkering per 22 juni 2021 omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de beperkingen goed waren gemotiveerd en de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld, ondersteund door een expertiserapport.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling van het UWV. De Raad bevestigde dat appellant op de datum van beëindiging meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in passende functies en wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af. De beëindiging van de ZW-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 22 juni 2021 wordt bevestigd omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen in passende functies.