ECLI:NL:CRVB:2026:548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 65% van laatstverdiende loon
Appellant, voormalig reachtruckchauffeur, meldde zich ziek met liesklachten en ontving een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 17 november 2022 omdat appellant volgens medische en arbeidskundige beoordelingen meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om de vastgestelde beperkingen te betwisten. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd, mede gelet op het opleidingsniveau en taalvaardigheid van appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische beperkingen en persoonlijke functioneren onvoldoende werden meegewogen, en dat hij de Nederlandse taal niet goed beheerst. De Raad volgde dit niet en onderschreef de eerdere medische en arbeidskundige beoordelingen, waarbij werd vastgesteld dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en de functies passend waren.
De Raad concludeerde dat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen en bevestigde daarmee de beëindiging van de ZW-uitkering. Appellant kreeg geen vergoeding voor proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen in passende functies.