ECLI:NL:CRVB:2026:57
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en medische onderbouwing
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 14 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van het Uwv om appellant geen WIA-uitkering toe te kennen. Appellant, die zich ziekmeldde met pijnklachten aan zijn linkerheup, stelde dat hij meer beperkingen had dan het Uwv had aangenomen. Het Uwv had vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, wat leidde tot de weigering van de uitkering. De Raad benoemde een deskundige, drs. M. Vervoort, die het medische standpunt van het Uwv bevestigde. De deskundige concludeerde dat de FML van het Uwv adequaat was en dat er geen medische grond was voor verdergaande beperkingen. De rechtbank Gelderland had eerder het beroep van appellant ongegrond verklaard, en de Raad bevestigde deze uitspraak. Appellant kreeg geen vergoeding voor proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.