ECLI:NL:CRVB:2026:571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 49,08% per 3 januari 2022
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage en de eerste ziektedag door het UWV. Zij stelde dat de eerste ziektedag onjuist was vastgesteld en dat zij meer beperkingen had dan aangenomen, waardoor zij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De rechtbank Amsterdam heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De rechtbank vond de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV voldoende en gemotiveerd, en concludeerde dat appellante de functies kon verrichten.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad oordeelde dat het UWV terecht was uitgegaan van 7 november 2018 als eerste ziektedag en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 49,08% juist was vastgesteld. De Raad wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellante per 3 januari 2022 terecht heeft vastgesteld op 49,08% met eerste ziektedag 7 november 2018.