ECLI:NL:CRVB:2026:586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en vergoeding proceskosten en schadevergoeding redelijke termijn
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure kwam het UWV met een gewijzigde beslissing tegemoet aan de bezwaren van appellant, waarna appellant het hoger beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad beoordeelde de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep, inclusief kosten voor deskundigenrapporten, en veroordeelde het UWV tot betaling van deze kosten. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de gehele procedure met ruim elf maanden was overschreden, wat leidde tot een schadevergoeding van €1.000,-, waarvan het UWV en de Staat ieder een deel voor hun rekening nemen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De Staat werd ook veroordeeld in een deel van de proceskosten en de schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 mei 2026.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn na intrekking van het hoger beroep.