ECLI:NL:CRVB:2026:630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante vroeg op 1 juli 2021 een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval in 2019. Het Uwv weigerde de uitkering omdat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er nog behandelmogelijkheden waren die verbetering konden brengen.
Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat de onderbouwing van het Uwv onvoldoende was, met name over de termijn en het resultaat van behandelingen. Het Uwv wijzigde tijdens het hoger beroep zijn standpunt, maar de Raad oordeelde dat dit niet is toegestaan omdat het bestuursorgaan niet van eerder ingenomen standpunt mag afwijken.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het Uwv voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was. De medische rapporten toonden aan dat er nog mogelijkheden tot verbetering en ontwikkeling waren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het Uwv terecht de Wajong-uitkering heeft geweigerd omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was.