ECLI:NL:CRVB:2026:637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante, geboren in 1996, was sinds april 2017 werkzaam als incassomedewerker maar viel op 22 augustus 2017 uit wegens gezondheidsproblemen. Zij ontving een WIA-uitkering en vroeg later een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat verbetering mogelijk was met adequate behandeling.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanaf jonge leeftijd intensieve zorg nodig heeft en blijvend niet in staat is zelfstandig te functioneren, wat door diverse medische rapporten werd ondersteund. De Raad liet een onafhankelijke verzekeringsarts een deskundigenrapport opstellen, die concludeerde dat appellante sinds 22 augustus 2017 duurzaam haar arbeidsvermogen heeft verloren en dat herstel niet te verwachten is.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een reëel perspectief op verbetering bestaat. Daarom moet appellante als jonggehandicapte worden aangemerkt en dient het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en vergoedt het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen waarbij appellante als jonggehandicapte wordt aangemerkt.