ECLI:NL:CRVB:2023:1475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Jonggehandicaptenstatus toegekend wegens duurzaam ontbreken arbeidsvermogen bij autisme en verstandelijke beperking
Appellant, geboren in 2002, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens autistische stoornis en lichte verstandelijke beperking. Het UWV wees de aanvraag af omdat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat appellant basale werknemersvaardigheden kan ontwikkelen met begeleiding.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen en intensieve begeleiding in het verleden geen substantiële verbetering brachten en dat arbeidsvermogen duurzaam ontbreekt. De Raad stelde vast dat het UWV onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op termijn arbeidsvermogen zal ontstaan. De Raad nam het standpunt van de door appellant ingeschakelde verzekeringsarts over dat ondanks jarenlange intensieve zorg geen substantiële vooruitgang is geboekt.
De Raad concludeerde dat appellant op zijn achttiende jaar duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had en daarom als jonggehandicapte moet worden aangemerkt. Het bestreden besluit werd vernietigd, het eerdere besluit herroepen en appellant werd met ingang van zijn achttiende jaar recht op Wajong toegekend. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Appellant wordt als jonggehandicapte erkend en krijgt met ingang van zijn achttiende jaar recht op een Wajong-uitkering.