Uitspraak
4 maart 2025, 24/1882 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het verzet van appellant tegen een eerdere uitspraak behandelde. De aangevallen uitspraak betreft een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen volgens artikel 8:104, tweede lid, Awb geen hoger beroep mogelijk is.
De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of er redenen zijn om het appèlverbod te doorbreken, bijvoorbeeld vanwege een evidente schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces in de weg staan. De Raad concludeert dat deze uitzonderingen niet van toepassing zijn in deze zaak.
Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het zonder verdere inhoudelijke behandeling af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Wolfrat in aanwezigheid van griffier A. Giesen en uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens het appèlverbod en wijst het hoger beroep af.