ECLI:NL:CRVB:2026:685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij herziening bijstand niet onredelijk
Appellante ontvangt sinds 2016 bijstand als alleenstaande. Het college heeft haar bijstand over de periode april 2021 tot januari 2022 herzien naar de kostendelersnorm, omdat haar zoon A, die op hetzelfde adres woont, toen geen studeerde en ouder was dan 21 jaar. Hierdoor werd een bedrag van €4.555,37 teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat toepassing van de kostendelersnorm onredelijk is omdat A niet bijdroeg aan de kosten van levensonderhoud, en dat het college had moeten anticiperen op de wijziging van artikel 19a PW per 1 januari 2023, waarbij de leeftijdsgrens werd verhoogd van 21 naar 27 jaar. De Raad oordeelt dat de artikelen 19a en 22a PW dwingendrechtelijk zijn en geen ruimte bieden voor afwijking, behalve in zeer bijzondere situaties die appellante niet aannemelijk heeft gemaakt.
De Raad wijst erop dat het inkomen of de feitelijke bijdrage van de medebewoner niet relevant is voor de toepassing van de kostendelersnorm. Ook is er geen rechtsgrond voor het vooruitlopen op de wetswijziging. Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering blijft in stand. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand op basis van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.