ECLI:NL:CRVB:2026:99
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand op grond van kostendelersnorm zonder individuele afstemming
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar bijstand door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waarbij de kostendelersnorm werd toegepast omdat haar oudste zoon op 1 oktober 2021 was gestopt met studeren en ouder was dan 21 jaar.
Zij voerde aan dat het college het beleid dat per 1 juli 2022 geldt, waarbij de leeftijdsgrens voor de kostendelersnorm wordt verhoogd van 21 naar 27 jaar, ook met terugwerkende kracht had moeten toepassen. De Raad oordeelde dat dit beleid tegenwettelijk begunstigend is en dat toetsing plaatsvindt aan het beleid zoals dat gold in de relevante periode, wat hier correct is toegepast.
Daarnaast stelde appellante dat het college de bijstand had moeten verhogen op grond van artikel 18 lid 1 PW Pro vanwege haar financiële situatie. De Raad bevestigde dat individuele afstemming alleen mogelijk is in zeer bijzondere situaties, welke appellante niet aannemelijk heeft gemaakt met concrete en verifieerbare gegevens.
Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de bijstand op basis van de kostendelersnorm wordt bevestigd.