ECLI:NL:CRVB:2026:710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant, die zich ziekmeldde met rugklachten, ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde het UWV dat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen met aangepaste functies, waarop de uitkering per 21 maart 2023 werd beëindigd.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder rug- en longklachten en psychische problemen, onvoldoende zijn meegewogen en dat de geselecteerde functies niet passend zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de medische en arbeidskundige beoordelingen adequaat.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Nieuwe medische stukken geven geen aanleiding tot twijfel aan de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De arbeidsdeskundige heeft voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies licht van aard zijn en passen binnen de belastbaarheid van appellant.
De Raad wijst ook het attest van handicap uit België af als onvoldoende relevant voor de datum in geding. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen met passende functies.