ECLI:NL:CRVB:2026:733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling passendheid functie productiemedewerker
Appellant was ziekgemeld sinds februari 2021 en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 3 juli 2022 omdat appellant volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen met passend werk, waaronder de functie productiemedewerker.
De rechtbank vernietigde het besluit deels omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom de functie productiemedewerker passend zou zijn, met name vanwege de vraag of er sprake was van repetitieve handelingen en de inzet van de linkerhand. Het UWV leverde aanvullende rapporten waarin werd toegelicht dat de functie geen repetitieve handelingen kent en dat werkzaamheden met beide handen kunnen worden uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde vervolgens dat de functie productiemedewerker passend is en dat het besluit tot beëindiging van de uitkering terecht is genomen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege beperkingen aan zijn linkerhand niet in staat is bepaalde handelingen uit te voeren, maar onderbouwde dit niet met nieuwe medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd omdat appellant passend werk kan verrichten.