ECLI:NL:CRVB:2026:76
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking verzoek in hoger beroep na overlijden verzoeker zonder opvolging door erfgenamen
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 27 januari 2026 uitspraak gedaan over een wrakingsverzoek dat was ingediend door een verzoeker die inmiddels was overleden. De verzoeker had hoger beroep ingesteld tegen verschillende uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland, maar na zijn overlijden op 5 juni 2025 bleek er geen opvolging door erfgenamen te zijn die de gedingen wilden voortzetten. De Raad had eerder belanghebbenden opgeroepen om de gedingen over te nemen, maar hierop was niet gereageerd. Gezien het ontbreken van belang bij het wrakingsverzoek, heeft de Raad besloten dit verzoek buiten behandeling te stellen. De behandeling van de hoger beroepen was stilgelegd vanwege het wrakingsverzoek, maar nu er geen partijen meer zijn om de procedure voort te zetten, is er geen belang meer bij de beoordeling van het verzoek. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, bestaande uit de voorzitter en twee leden, en is openbaar uitgesproken.