Betrokkene, geboren in 1953 in Suriname, verhuisde in 1971 op 17-jarige leeftijd naar Nederland en vroeg een tegemoetkoming aan op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst (TBSH). De Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat betrokkene niet aan de leeftijdsvoorwaarde van 18 jaar bij verhuizing voldeed.
De rechtbank oordeelde dat toepassing van deze leeftijdsvoorwaarde onredelijk bezwarend was, omdat betrokkene een zelfstandige en bewuste keuze had gemaakt om naar Nederland te verhuizen. De rechtbank kende hem daarom de tegemoetkoming toe.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de leeftijdsvoorwaarde een objectieve maatstaf is die aansluit bij de Toescheidingsovereenkomst en dat deze de terughoudende evenredigheidstoets kan doorstaan. De omstandigheden van betrokkene maken toepassing van de leeftijdsvoorwaarde niet onredelijk bezwarend.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor de afwijzing van de tegemoetkoming in stand blijft. Betrokkene krijgt geen vergoeding van proceskosten. De Raad benadrukte dat de leeftijdsvoorwaarde beoogt een groep af te bakenen die een bewuste keuze heeft gemaakt en dat een reconstructie van individuele omstandigheden achterwege blijft.