Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Intrekking bijstand met ingang van 1 januari 2021: in stand laten rechtsgevolgen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand sinds december 2018 en zijn gezin verbleef vanaf september 2020 in verschillende asielzoekerscentra vanwege de zorg voor kinderen met het zeldzame Spata-5 syndroom. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden trok de bijstand in per 1 januari 2021 omdat appellant niet in Leiden verbleef en inkomsten had ontvangen.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het college deels in het ongelijk stelde, nam het college een nader besluit waarin het de terugvordering over een deel van de periode introk. Appellant voerde aan dat hij zijn hoofdverblijf wel in Leiden had en dat zijn situatie uitzonderlijk was vanwege de zorg voor zijn kinderen.
De Raad oordeelt dat het zwaartepunt van het persoonlijke leven van appellant in de te beoordelen periode buiten Leiden lag, namelijk bij zijn gezin in de AZC’s. De bijzondere zorgsituatie leidt niet tot een uitzondering op het woonplaatsvereiste. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand per 1 januari 2021 blijft in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 januari 2021 wordt bevestigd omdat appellant zijn hoofdverblijf niet in Leiden had.