De Centrale Raad van Beroep heeft op 18 juni 2026 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 19 maart 2026. De rectificatie betreft een kennelijke fout in de vaststelling van de door het college te vergoeden proceskosten aan appellante in een sociaal zekerheidsrechtelijke procedure.
Na het constateren van de fout heeft de Raad partijen in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op de voorgenomen rectificatie. Het college heeft bezwaar gemaakt tegen de toekenning van 0,5 punt voor de reactie op het nader besluit, maar verder geen bezwaar tegen de rectificatie. Appellante heeft niet gereageerd, waardoor de Raad ervan uitging dat zij geen bezwaar had.
De Raad heeft het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante in bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op in totaal € 11.736,-. Tevens krijgt appellante het betaalde griffierecht van € 168,- in beroep terug. De rectificatie-uitspraak is voorzien van een eigen ECLI-nummer en wordt gepubliceerd samen met de gerectificeerde oorspronkelijke uitspraak.
De uitspraak is gedaan door voorzitter Y. Sneevliet en leden G.C. Boot en B. Serno, in aanwezigheid van griffier P.W.J. Hospel, en is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026.