ECLI:NL:CRVB:2026:826
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens inkomen uit arbeid
Appellant ontving sinds januari 2011 bijstand en trad in september 2022 in dienst als taxichauffeur. Het college blokkeerde de bijstand vanaf november 2022 vanwege het leer-werktraject. Het salaris over september en oktober 2022 werd in oktober en november uitbetaald.
Het college besloot de bijstand met ingang van 27 september 2022 in te trekken en de ten onrechte ontvangen bijstand over de periode tot en met 31 oktober 2022 terug te vorderen, omdat het inkomen uit arbeid hoger was dan de bijstandsnorm. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat terugvordering over oktober onterecht was omdat hij in die maand geen salaris ontving, maar dit werd verworpen. De Raad volgt de uitleg van de rechtbank dat het loon wordt toegerekend aan de maand waarin de werkzaamheden zijn verricht, waardoor het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand blijft in stand.