ECLI:NL:CRVB:2026:831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens geen toegenomen beperkingen binnen vijf jaar
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv om geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat volgens het Uwv geen sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na beëindiging van de eerdere WIA-uitkering. De rechtbank Noord-Holland heeft het beroep ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen groter zijn dan door het Uwv aangenomen en verzocht om een onafhankelijke deskundige vanwege het beginsel van equality of arms.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het Uwv terecht geen WIA-uitkering heeft toegekend. De medische rapporten, waaronder die van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, geven geen aanleiding tot twijfel over de juistheid van het oordeel dat er geen toename van beperkingen is. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af, omdat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om medische informatie aan te dragen.
Daarnaast heeft appellant een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn ingediend. De rechtbank heeft de Staat reeds veroordeeld tot betaling van €1.000,- voor de rechterlijke fase. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst het verzoek om vergoeding af. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het Uwv om geen WIA-uitkering toe te kennen blijft in stand.