ECLI:NL:CRVB:2026:860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening hielden met haar klachten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen groter zijn dan vastgesteld, onder meer op basis van informatie van haar behandelaar, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsartsen hebben de medische situatie zorgvuldig onderzocht en gemotiveerd dat er geen aanleiding is voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn, wordt onderschreven. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.