ECLI:NL:CRVB:2026:897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering terecht wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante was sinds september 2022 ziek gemeld na een arbeidsongeval en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 12 oktober 2023 omdat zij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar loon kon verdienen in passende functies. Appellante voerde aan dat zij door haar medische beperkingen niet geschikt was voor deze functies en dat het medisch onderzoek onvolledig was.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al was appellante niet lichamelijk onderzocht door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat een anesthesioloog-pijnspecialist haar in april 2023 lichamelijk onderzocht en geen verdere beperkingen vond dan eerder vastgesteld. De MRI toonde geen hernia maar slijtage.
De arbeidsdeskundige stelde dat appellante geschikt is voor functies zoals productiemedewerker industrie, inpakker en assemblagemedewerker, ondanks haar klachten. De Raad volgt dit standpunt en verwerpt het bezwaar dat zij onvoldoende Engels spreekt of dat de functies te belastend zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.