ECLI:NL:CRVB:2026:93
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning loongerelateerde WGA-vervolguitkering bij 62,33% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 2015 arbeidsongeschikt is, betwistte de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid per 23 januari 2020, die aanvankelijk op 55-65% was vastgesteld. Hij stelde dat zijn medische beperkingen groter waren dan aangenomen, waardoor hij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die concludeerde dat appellant meerdere persoonlijkheidsstoornissen en een persisterende depressieve stoornis heeft, wat onvoldoende was meegenomen in eerdere beoordelingen. Naar aanleiding hiervan stelde het UWV een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, waarop de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 62,33%.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat de aangepaste FML en de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor het eerdere besluit, dat werd vernietigd, en het latere besluit werd bevestigd. Appellant kreeg het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het eerdere besluit en bevestigt dat appellant recht heeft op een WGA-vervolguitkering op basis van 62,33% arbeidsongeschiktheid.