ECLI:NL:CRVB:2026:961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 41,72% per 8 september 2022
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% vast per 8 september 2022 en kende haar een WGA-uitkering toe. Appellante betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen, waardoor de geselecteerde functies niet geschikt zouden zijn.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige had toegelicht dat de geselecteerde functies geen verhoogd persoonlijk risico voor appellante opleveren. De Raad onderschreef dit oordeel en wees het hoger beroep af.
Appellante verwees naar een latere toekenning van een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering per 8 september 2024, maar de Raad concludeerde dat deze latere situatie geen aanleiding geeft om de beoordeling per 8 september 2022 te herzien. De uitspraak van de rechtbank blijft daarmee in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellante per 8 september 2022 terecht is vastgesteld op 41,72%.