ECLI:NL:CRVB:2026:964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor extra VvE-bijdrage wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten, eigenaren van een appartement en bijstandontvangers, vroegen bijzondere bijstand aan voor de extra maandelijkse bijdrage aan de Vereniging van Eigenaren (VvE) vanwege een lening voor verduurzaming van hun appartementencomplex. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke woonkosten behoren en niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
Na meerdere afwijzingen en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde appellanten hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Zij voerden aan dat zij door de extra kosten in financiële problemen zouden komen en deden een beroep op het evenredigheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de beleidsregels van het college als tegenwettelijk begunstigend beleid gelden en dat deze consistent zijn toegepast. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat artikel 35 van Pro de Participatiewet een dwingendrechtelijke bepaling is en appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat bijzondere omstandigheden zich voordeden die de toepassing van deze wet in hun geval zouden moeten uitsluiten.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en liet de afwijzing van de bijzondere bijstand in stand. Appellanten kregen geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door C.F.E. van Olden-Smit op 21 juli 2026.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de extra VvE-bijdrage wordt bevestigd omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden.