ECLI:NL:CRVB:2026:970
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft meerdere herzieningsverzoeken ingediend met betrekking tot de weigering van het UWV om per 3 september 1997 een WAO-uitkering toe te kennen. In eerdere procedures, waaronder een uitspraak van de Raad op 10 november 2021, is geoordeeld dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op eerdere besluiten.
De rechtbank Amsterdam heeft op 7 juni 2024 het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat de medische informatie die appellant aanvoerde reeds in eerdere procedures was overgelegd en er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken en bevestigt de aangevallen uitspraak. De stukken die appellant in hoger beroep heeft overgelegd, maken de beoordeling niet anders omdat deze al eerder ingebracht hadden kunnen worden of niet relevant zijn voor de datum in geschil.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de eerdere afwijzing van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.