ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7867
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek buitengewone lasten voor levensonderhoud studerende zoon met studielening
Belanghebbende maakte aanspraak op aftrek van buitengewone lasten voor de kosten van levensonderhoud van zijn studerende zoon, die ouder was dan 27 jaar en een rentedragende studielening ontving. De inspecteur wees deze aftrek af omdat de zoon studiefinanciering ontvangt in de vorm van een lening.
Het geschil betrof de vraag of deze uitgaven in aftrek konden worden gebracht volgens artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende voerde aan dat zijn zoon geen beurs ontvangt en dat hierdoor geen sprake is van dubbele aanspraak op overheidsgelden, en beriep zich tevens op het gelijkheidsbeginsel.
Het Hof verwierp deze argumenten en oordeelde dat omdat de zoon een rentedragende lening ontvangt, de kosten van levensonderhoud niet op belanghebbende drukken en daarom geen aftrek mogelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.