ECLI:NL:HR:1996:AA1896
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrek buitengewone lasten bij studiefinanciering en samenwoning dochter
Belanghebbende kreeg voor 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep bij het Hof werd verminderd. Het geschil betrof de aftrek van onderhoudskosten voor zijn 18-jarige dochter die studeerde, samenwoonde met een financieel onafhankelijke partner en geen studiefinanciering ontving vanwege de draagkracht van die partner.
De Inspecteur weigerde de aftrek van deze kosten als buitengewone last omdat de dochter formeel recht had op studiefinanciering, ondanks dat de aanspraak in feite nihil was. Het Hof oordeelde dat de uitgaven toch als buitengewone lasten moesten worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het recht op studiefinanciering niet automatisch aftrek uitsluit indien de studiefinanciering door de draagkracht van een partner nihil is. De wetsgeschiedenis ondersteunt deze interpretatie. Het beroep van de Staatssecretaris werd verworpen.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en legde een griffierecht op aan de Staatssecretaris. Het arrest werd op 31 januari 1996 uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt verworpen; de aftrek van onderhoudskosten als buitengewone last blijft mogelijk.