ECLI:NL:GHARN:1998:AA1314
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens aftrek buitengewone lasten studiekosten zoon
Belanghebbende, geboren in 1950 en gehuwd, had voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 94.643,-. Zijn zoon studeerde dat jaar aan een financiële academie en had recht op studiefinanciering volgens de Wet studiefinanciering (WSF). Vanaf 1 oktober 1996 werd de studiefinanciering omgezet in een rentedragende lening en een OV-jaarkaart, waardoor de basisbeurs verviel.
Belanghebbende nam vanaf die datum de kosten van levensonderhoud van zijn zoon voor zijn rekening en verzocht om aftrek wegens buitengewone lasten tot een forfaitair bedrag van ƒ 2.025,-. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat de zoon recht zou hebben gehad op studiefinanciering in het laatste kwartaal van 1996.
Het hof oordeelt dat de aftrek ten onrechte is geweigerd omdat de zoon vanaf 1 oktober 1996 feitelijk geen studiebeurs meer genoot en de kosten van levensonderhoud geheel op belanghebbende drukten. De aanslag wordt daarom verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 92.618,-. Proceskosten worden niet toegewezen omdat geen kosten voor vergoeding zijn gebleken.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1996 wordt verminderd wegens ten onrechte geweigerde aftrek van kosten levensonderhoud studerende zoon.