ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8180
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Holdert
- Onnes
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek voor periodieke betaling erfpacht bij overdracht aan pensioen-B.V.
Belanghebbende droeg de economische eigendom van een onroerende zaak over aan een pensioen-B.V., waarbij de erfpachtkosten geheel voor haar rekening kwamen. De betaling van deze erfpachtverplichtingen werd niet direct aan de eigenaar van het perceel gedaan, maar aan de pensioen-B.V. zelf.
De inspecteur weigerde aftrek van de periodieke betaling voor erfpacht op grond van artikel 42a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, omdat de verplichtingen jegens de pensioen-B.V. waren aangegaan en niet jegens de eigenaar van het perceel. Belanghebbende stelde dat de betaling wel aftrekbaar was omdat het een periodieke betaling voor erfpacht betrof.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst van overdracht bindend was en dat de economische eigendom was overgedragen met een maximum aan erfpachtverplichtingen. De betaling aan de pensioen-B.V. was een tegenprestatie voor de koopsom en kon niet worden aangemerkt als een periodieke betaling ingevolge een recht van erfpacht in de zin van de wet. Ook onder artikel 45 van Pro de Wet was geen aftrek mogelijk omdat de betaling niet hoger was dan de tegenprestatie.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag; geen aftrek voor periodieke erfpachtbetaling aan pensioen-B.V.