ECLI:NL:HR:2011:BQ5099
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid bouw ReststoffenEnergieCentrale zonder milieuvergunning
De zaak betreft de bouw van een ReststoffenEnergieCentrale (REC) door Omrin in Harlingen, waarvoor een milieuvergunning vereist is op grond van art. 8.1 Wet milieubeheer. Na verlening van een vergunning in december 2008 werd deze vergunning door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in januari 2010 vernietigd. De Stichting Afvaloven Nee vorderde daarop in kort geding staking van de bouw totdat een geldige milieuvergunning zou zijn verleend.
De voorzieningenrechter en het gerechtshof wezen de vordering af, stellende dat het met voldoende mate van zekerheid te verwachten viel dat gedeputeerde staten een nieuwe vergunning zouden verlenen die het handelen van Omrin toestond. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwijst naar een eerdere uitspraak (HR 3 november 2000) waarin is bepaald dat handelen zonder vergunning niet onrechtmatig is indien nadien een vergunning wordt verleend die het handelen toestaat.
De Hoge Raad benadrukt dat de milieuvergunning de normen vastlegt waaraan moet worden voldaan om geen onaanvaardbare inbreuk te maken op milieubelangen en belangen van omwonenden. Indien met voldoende zekerheid verwacht kan worden dat een vergunning wordt verleend, is het handelen geoorloofd en niet onrechtmatig. Het beroep van de Stichting wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het handelen van Omrin zonder geldige milieuvergunning is niet onrechtmatig omdat met voldoende zekerheid verwacht mag worden dat een vergunning zal worden verleend.