ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7784
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Boersma
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Precontractuele gebondenheid onvoldoende voor schriftelijke huurovereenkomst in omzetbelastingzaak
Belanghebbende, X Groep c.s., voerde beroep tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1 december 1995 tot en met 31 maart 1996, opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de vraag of op 31 maart 1995 een schriftelijke huurovereenkomst bestond tussen X en B-Bank, en of de terugwerkende kracht van de Wet bestrijding constructies met betrekking tot onroerende zaken van toepassing was.
Uit het geding bleek dat er rond 31 maart 1995 onderhandelingen liepen over huur en koop van een kantoorgebouw, maar dat de huurprijs en het voorzieningenniveau nog niet waren vastgesteld en dat de mogelijkheid tot koop nog openstond. De rechtbank stelde vast dat er geen schriftelijke huurovereenkomst bestond op genoemde datum, en dat precontractuele gebondenheid onvoldoende is om te spreken van een huurovereenkomst in de zin van de wet.
Het hof oordeelde dat de wetgever bevoegd is terugwerkende kracht toe te passen, ook al kan dit gevolgen hebben voor het vertrouwen van partijen. Belanghebbende had na de aankondiging van de wetswijziging verdere stappen gezet en kon de fiscale gevolgen kennen. De naheffingsaanslag was daarom terecht opgelegd, maar vanwege het ontbreken van grove schuld werd de verhoging geheel kwijtgescholden.
Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en bevestigde de uitspraak van de inspecteur voor zover deze niet de verhoging betrof.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de kwijtschelding van de verhoging, maar de naheffingsaanslag wordt bevestigd.