ECLI:NL:HR:2001:ZC8114
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verzoekt prejudiciële beslissing over terugwerkende kracht wijziging omzetbelastingvrijstelling verhuur
Belanghebbende, een fiscale eenheid, bracht omzetbelasting in aftrek over de bouw van een kantoorpand dat zij verhuurde aan een bank. De verhuur viel onder een vrijstelling die later door een wetswijziging met terugwerkende kracht werd beperkt. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op met een verhoging, die na bezwaar en beroep door het Hof werd verminderd tot volledige kwijtschelding van de verhoging.
De Hoge Raad stelde vast dat de huurovereenkomst na de datum van de wetswijziging was gesloten, waardoor de overgangsregeling niet van toepassing was. De vraag rees of de terugwerkende kracht van de wetswijziging en de daarop gebaseerde heffing in strijd waren met het Europese recht, met name de Zesde richtlijn en de vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginselen.
De Hoge Raad verwees naar eerdere arresten van het Hof van Justitie (Belgocodex en Schloßstraße) en concludeerde dat er twijfel bestond over de toepassing van deze beginselen in de onderhavige situatie. Daarom verzocht de Hoge Raad het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de rechtmatigheid van de terugwerkende kracht en de gevolgen daarvan voor het recht op aftrek van omzetbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de zaak aan en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de terugwerkende kracht van de wetswijziging in de omzetbelasting.