ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1317
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Faase
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Berekening premiereserve levensverzekeringsproducten met winstgarantie en koopsompolissen
Belanghebbende, een levensverzekeraar, voerde beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1994 inzake de berekening van de premiereserve voor koopsompolissen en garantiepolissen met winstgarantie. De inspecteur corrigeerde de berekening omdat belanghebbende een lagere rekenrente (4%) hanteerde dan de feitelijke marktrente die aan de koopsommen ten grondslag lag.
Het Hof oordeelde dat de premiereserve voor koopsompolissen conform het Convenant moet worden berekend met inachtneming van de feitelijke rentevoet die aan de polis ten grondslag ligt. De door belanghebbende gevolgde methode met een vaste rekenrente van 4% en afschrijving van rentestandskortingen over een kortere periode was niet in overeenstemming met het Convenant. Toch werd het beroep op het vertrouwensbeginsel gehonoreerd omdat de Belastingdienst decennialang deze methode niet heeft gecorrigeerd, waardoor belanghebbende mocht vertrouwen op handhaving van deze gedragslijn.
Voor de garantiepolissen met winstgarantie werd geoordeeld dat rekening moet worden gehouden met tussentijdse beëindiging van polissen, waardoor de verplichtingen hoger kunnen zijn dan door de inspecteur berekend. Belanghebbende mocht hiervoor een voorziening vormen. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten. Het Hof gunde tevens een termijn om over te schakelen op de juiste berekeningsmethode conform het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2000.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 778.715.399.