ECLI:NL:GHAMS:2002:AQ0936
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- E.N. Punt
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Indeling kampeertenten en tentstokken in het Gemeenschappelijk douanetarief en toepassing artikel 220 lid 2 CDW
Belanghebbende, een douane-expediteur, deed aangiften voor tentdoeken en tentstokken afkomstig uit China, bestemd voor kampeertenten. De tentdoeken werden ingedeeld onder post 6306 van het GDT, de tentstokken onder verschillende posten afhankelijk van het materiaal. De douane corrigeerde later de aangiften en legde hogere douanerechten op, stellende dat de tentstokken met de tentdoeken samen moesten worden ingedeeld.
De Douanekamer stelde vast dat de tentdoeken en tentstokken bestemd waren om samen kampeertenten te vormen en dat montage in de zin van de indelingsregels ook het samenvoegen van deze onderdelen omvat. Daarom moesten de goederen als één geheel worden beoordeeld. Omdat er geen specifieke tariefpost voor kampeertenten bestaat, moest de indeling plaatsvinden op basis van het wezenlijk karakter van het samengestelde goed, namelijk het textiele gedeelte.
De Douanekamer concludeerde dat de goederen moesten worden ingedeeld onder post 6306, met onderverdeling 2100 voor katoenen tentdoek en 2900 voor tentdoek van andere textielstoffen. Tevens oordeelde de Douanekamer dat de douane zich niet had vergist in de heffing van de douanerechten, omdat de aangiften afzonderlijk waren gedaan en het aan de aangever was om alle relevante informatie te verstrekken. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de goederen worden ingedeeld onder post 6306 van het GDT.