ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0312
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Schaap
- Goes
- Rechtspraak.nl
Voortzetting 30%-bewijsregel ondanks overschrijding termijn tussen dienstverbanden
Belanghebbende, een werknemer met specifieke deskundigheid uit het buitenland, werkte eerst bij A BV en startte direct daarna werkzaamheden voor B BV, een bedrijf in oprichting. Hoewel de periode tussen het einde van het dienstverband bij A BV en het begin bij B BV vier maanden bedroeg, oordeelde het hof dat deze overschrijding niet leidde tot verlies van het recht op de 30%-bewijsregel.
De inspecteur had de beschikking tot toepassing van de 30%-bewijsregel ingetrokken omdat niet voldaan zou zijn aan de in artikel 9c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gestelde eis dat de periode tussen dienstverbanden maximaal drie maanden mag zijn. Het hof stelde vast dat belanghebbende zijn specifieke deskundigheid onmiddellijk na het einde van het eerste dienstverband heeft ingezet voor B BV, en dat de langere periode te wijten was aan het feit dat B BV toen nog in oprichting was.
Het hof concludeerde dat de drie-maanden-eis bedoeld is om te voorkomen dat werknemers die langere tijd werkloos zijn geweest niet langer als ingekomen werknemer met schaarse deskundigheid worden aangemerkt. Dit was in dit geval niet aan de orde. Daarom werd de intrekking van de beschikking vernietigd, de beschikking aangepast met ingang van 1 mei 2001, en de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op voortzetting van de 30%-bewijsregel ondanks overschrijding van de termijn tussen dienstverbanden.