AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voortzetting 30%-regeling wegens overschrijding driemaandstermijn
Belanghebbende had vanaf 2010 recht op toepassing van de 30%-regeling bij zijn werkgever [A]. Na beëindiging van dit dienstverband per 1 december 2012, trad hij op 23 april 2013 in dienst bij een nieuwe werkgever [B]. Hij verzocht om voortzetting van de 30%-regeling, maar de Inspecteur wees dit af op grond van de driemaandstermijn in artikel 10ed UB LB 1965.
De rechtbank en het hof verklaarden het beroep ongegrond, stellende dat de regeling geen ruimte biedt om op andere wijze aannemelijk te maken dat belanghebbende over schaarse specifieke deskundigheid beschikt, en dat de periode tussen dienstverbanden niet langer dan drie maanden mag zijn. Belanghebbende stelde in cassatie dat de driemaandstermijn niet van toepassing is indien anderszins schaarse deskundigheid blijkt, en dat de periode waarin niet naar werk is gezocht buiten beschouwing moet worden gelaten.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de driemaandstermijn een fatale termijn is en dat de regeling bewust forfaitair is om praktische uitvoerbaarheid te waarborgen. Uitzonderingen zijn slechts mogelijk bij overmacht, wat hier niet is gesteld. Ook de vraag welk recht van toepassing is, werd beantwoord: de beoordeling van de driemaandstermijn vindt plaats naar de wetgeving die gold op het moment van wisseling van inhoudingsplichtige.
De Hoge Raad volgt deze conclusies en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Het verzoek om voortzetting van de 30%-regeling wordt afgewezen omdat de periode tussen de dienstverbanden langer dan drie maanden was, zonder dat uitzonderingen mogelijk zijn op basis van andere bewijsvoering of onderbrekingen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voortzetting van de 30%-regeling wordt afgewezen wegens overschrijding van de driemaandstermijn.
Voetnoten
3.Tot 1 januari 2011: artikel 9c, lid 1, UB LB 1965.
4.Besluit van 20 december 2000 tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten,
5.Besluit van 20 december 2000 tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten,
6.Antwoorden op vragen over concepten van enkele besluiten en regelingen (in casu UB LB 1965),
7.Besluit van 22 december 2011 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten,
8.Besluit van 22 december 2011 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten,
14.Besluit van 22 december 2011 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten,
17.M. Kleine Kalvenhaar, 'De 30%-regeling anno 2013',
18.B.R.R. James,
19.Zie r.o. 4.2 in onderdeel 2.2 van deze conclusie.
20.Zie onderdeel 4.18 van deze conclusie.
21.Zie onderdeel 2.1 van deze conclusie.
22.Zie de onderdelen 4.6, 4.6, 4.13, 4.14 en 4.15 van deze conclusie.
23.Besluit van 22 december 2011 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten,
24.Zie onderdeel 4.11 van deze conclusie.
25.Zie onderdeel 4.10 van deze conclusie.
26.Zie onderdeel 4.7 van deze conclusie.
27.Zie de onderdelen 4.6 en 4.10 van deze conclusie.
28.Zie onderdeel 4.13 van deze conclusie.
29.Zie onderdeel 4.14 van deze conclusie.
30.Zie tevens onderdeel 4.15 van deze conclusie.
31.Zie onderdeel 4.7 van deze conclusie.
32.Zie onderdeel 4.13 van deze conclusie.
33.Zie onderdeel 4.13 van deze conclusie.