ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7832
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Vermindering vervolgingskosten wegens tijdige betaling belastingaanslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de in rekening gebrachte vervolgingskosten van ƒ 3.695, die door de ontvanger waren verminderd tot ƒ 420. De kern van het geschil was of belanghebbende op het moment van betekening van het dwangbevel op 21 mei 2001 in gebreke was met de betaling van de belastingaanslag.
Het hof stelde vast dat belanghebbende op 15 mei 2001 het bedrag van ƒ 73.020 telefonisch had overgemaakt, vóór de betekening van het dwangbevel. De ontvanger stelde dat na deze betaling nog een restant van ƒ 7.562 openstond wegens invorderingsrente, waardoor een deel van de vervolgingskosten terecht was.
Het hof oordeelde dat belanghebbende op 21 mei 2001 niet in gebreke was, omdat de invorderingsrente pas bij beschikking van 30 mei 2001 was vastgesteld en bekendgemaakt. Hierdoor had belanghebbende geen gelegenheid om dit bedrag te betalen voor de betekening. Daarom werden de vervolgingskosten verminderd tot nihil en werd de ontvanger veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vervolgingskosten worden verminderd tot nihil omdat belanghebbende niet in gebreke was bij betekening dwangbevel.