ECLI:NL:GHAMS:2003:AO0538
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Hartman
- Rechtspraak.nl
Toepassing sanctie fiscale eenheid bij vervreemding aandelen Y BV binnen zes jaar
Belanghebbende X BV richtte op 19 december 1994 Y BV op en bracht haar onderneming in. Tussen X BV en Y BV werd een fiscale eenheid gevormd onder voorwaarden, waaronder voorwaarde 16 die een sanctie bevat bij vervreemding van aandelen binnen zes jaar. In 1999 verkocht X BV de aandelen in Y BV, waardoor de fiscale eenheid werd verbroken.
De kern van het geschil betrof de vraag of de bij inbreng ontstane vordering van X BV op Y BV mede betrekking had op stille reserves en of de sanctie van voorwaarde 16 van toepassing was. X BV stelde dat de vordering slechts betrekking had op fiscale boekwaarden en dat de sanctie niet terecht was.
Het hof stelde vast dat de inbrengbeschrijving en oprichtingsakte wezen op een hogere economische waarde van de goodwill dan de boekwaarde, en dat de vordering mede de tegenwaarde van stille reserves omvatte. De aflossing van deze vordering binnen drie jaar betekende een 'ten goede komen' aan X BV, waardoor de sanctie van voorwaarde 16 terecht werd toegepast.
Het beroep van X BV werd ongegrond verklaard en de aanslag werd gehandhaafd. Het hof wees ook het beroep op een kortere termijn dan zes jaar af, en verwierp de stelling dat de inbreng tegen boekwaarden had plaatsgevonden.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toepassing van de sanctie uit voorwaarde 16, waardoor de activa en passiva van Y BV op werkelijke waarde worden gesteld.