ECLI:NL:GHAMS:2003:AO1293
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- J.J.A.M. Kennis
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navordering douanerechten wegens onrechtmatigheid oorsprongscertificaten Bangladesh
Belanghebbende, D B.V., had beroep ingesteld tegen de afwijzing van bezwaar tegen navordering van douanerechten ter waarde van f 34.115,40. De zaak betrof preferentiële oorsprongscertificaten voor textielproducten uit Bangladesh, waarvan later bleek dat deze niet voldeden aan de oorsprongsregels. Onderzoeksmissies van de Europese Commissie en rapporten van de Economische Controledienst toonden aan dat veel certificaten onjuist waren afgegeven, onder meer omdat de benodigde garens niet in Bangladesh waren geproduceerd.
Belanghebbende stelde dat sprake was van een vergissing van de bevoegde autoriteiten en dat de Europese Commissie en de Nederlandse douane tekort waren geschoten in hun zorgplicht, onder meer door importeurs niet tijdig te waarschuwen. De inspecteur voerde aan dat de exporteurs onjuiste gegevens hadden verstrekt en dat de douane niet verplicht was tot waarschuwing zolang het onderzoek nog liep.
De Douanekamer oordeelde dat de voorwaarden voor het afzien van navordering exclusief Europeesrechtelijk zijn geregeld in artikel 220, lid 2, onderdeel b, van het CDW. Omdat inmiddels teruggaaf van de douanerechten was verleend, was de grondslag voor de navordering komen te vervallen en kon de navordering niet in stand blijven. De navordering en de uitnodiging tot betaling werden daarom vernietigd.
De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten, waarbij een bedrag van € 543,68 aan belanghebbende werd toegekend. Tevens werd het griffierecht van € 68,07 aan belanghebbende vergoed. Het arrest werd gewezen door de Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam op 17 juni 2003.
Uitkomst: De navordering van douanerechten en de uitnodiging tot betaling worden vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.