ECLI:NL:RBNHO:2020:723
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere omstandigheden voor terugbetaling douanerechten bij valselijk opgemaakte certificaten garnalen
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken tot terugbetaling van douanerechten die zij betaalden voor invoer van bevroren garnalen uit Bangladesh. De douane had vastgesteld dat de bij de aangiften overgelegde Form A-certificaten van oorsprong valselijk waren opgemaakt door exporteurs, wat fraude betreft.
Het onderzoek van OLAF en het Export Promotion Bureau (EPB) in Bangladesh toonde aan dat circa 220 van 6300 zendingen betroffen valselijk opgemaakte certificaten. Eiseressen stelden dat zij niet kennelijk nalatig waren en dat bijzondere omstandigheden bestonden omdat zij misleid waren door exporteurs en verweerder nalatig was in toezicht.
De rechtbank oordeelde dat de valsheid van de certificaten vaststaat, maar dat dit fraude- en beroepsrisico voor rekening van eiseressen komt. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 120 van Pro het Douanewetboek van de Unie. Ook werd geoordeeld dat eiseressen niet kennelijk nalatig waren. Wel werd een vergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van het bezwaar en beroep.
De beroepen werden ongegrond verklaard, terugbetalingen afgewezen, maar eiseressen kregen een immateriële schadevergoeding en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en terugbetalingen afgewezen; eiseressen ontvangen een vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.