ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ4426
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- E.N. Punt
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse douane tot invordering douaneschuld en omzetbelasting niet rechtsgeldig wegens ontbreken termijn voor bewijsplaats overtreding
Belanghebbende, een douane-expediteur, maakte bezwaar tegen de invordering van douanerechten en omzetbelasting door de Nederlandse douane. Kern van het geschil was of de inspecteur had voldaan aan artikel 379 UCDW Pro, dat vereist dat de aangever expliciet een termijn van drie maanden krijgt om bewijs te leveren van de plaats waar de overtreding of onregelmatigheid zich heeft voorgedaan.
De inspecteur stelde dat deze mededeling impliciet in de kennisgeving was opgenomen en dat belanghebbende als professionele partij begreep dat zij binnen drie maanden bewijs moest leveren. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat zonder expliciete termijnstelling de bevoegdheid tot invordering ontbrak.
Het hof oordeelde dat het expliciet bieden van deze termijn van wezenlijk belang is voor de rechtsgeldigheid van de invordering. Het achterwege laten hiervan kan niet worden gerepareerd door een impliciete verwijzing. Daarom was de inspecteur niet bevoegd de douanerechten en omzetbelasting te innen. De beroepen werden gegrond verklaard en de uitnodigingen tot betaling vernietigd.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard; aanslagen douanerechten en omzetbelasting vernietigd wegens ontbreken expliciete termijn voor bewijsplaats overtreding.