ECLI:NL:GHAMS:2004:AO6214
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Loon
- Kostense
- De Korte
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vervangingsvoornemen bij vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd in België, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 1 januari 1998 tot 31 maart 1999. De kern van het geschil betrof de vraag of op de balansdatum 31 maart 1999 een voornemen tot vervanging van vervreemde onroerende zaken aanwezig was, zodat zij de boekwinsten kon reserveren op grond van artikel 14 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende stelde dat het voornemen bestond, onderbouwd met bepalingen in de overdrachtsakte van aandelen en de praktijk binnen het E-concern waartoe zij behoorde. De inspecteur betwistte dit en handhaafde de aanslag.
Het hof oordeelde dat de aanwijzingen uit de overdrachtsakte en de algemene praktijk van het concern niet voldoende zijn om het voornemen van de directie van belanghebbende op de balansdatum aannemelijk te maken. Er ontbraken concrete aanwijzingen over de intenties en activiteiten van de directie. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen bindende afspraak met de inspecteur was aangetoond.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.