ECLI:NL:HR:2005:AT8188
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak wegens motiveringsgebrek over vervangingsvoornemen in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende, een vennootschap uit België, kreeg voor het jaar 1998 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het hof, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof het vervangingsvoornemen van belanghebbende, onderdeel van een onroerendgoedconcern dat volgens haar stelselmatig aan haar vervangingsverplichting voldoet. Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de directie van belanghebbende dit voornemen had, en baseerde zich vooral op aanwijzingen vanuit de aandeelhouderssfeer.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd en dat het belang van het behoren tot een onroerendgoedconcern bij de beoordeling van het vervangingsvoornemen niet was meegenomen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nadere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelde tevens de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatieberoep en bepaalde dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende moest vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens motiveringsgebrek en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.