ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2450
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- H.J. Bokhorst
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen navordering douanerechten wegens onjuiste EUR.1-certificaten
Belanghebbende, een BV die wereldwijd alcoholhoudende dranken verhandelt, maakte aanspraak op preferentiële tarieven op basis van door Israël afgegeven EUR.1-certificaten die als oorsprong een lidstaat van de EG vermeldden. De Douanekamer oordeelde dat deze certificaten onterecht waren afgegeven en dat belanghebbende geen verzoek tot toepassing van de regeling terugkerende goederen had gedaan.
Hoewel de onjuiste afgifte een vergissing van de Israëlische autoriteiten was, kon belanghebbende deze vergissing redelijkerwijs ontdekken. Als ervaren marktdeelnemer had zij zich moeten vergewissen van de geldende regels, waardoor zij niet kan profiteren van de bescherming van artikel 220 CDW Pro. De inspecteur mocht daarom terecht een navordering over vijf jaren opleggen op grond van artikel 22e AWR.
De Douanekamer verwierp het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag van douanerechten en oordeelde dat de aangifte onjuist was. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 10 september 2004 gewezen door mr. F.H.M. Possen, voorzitter, en de leden H.J. Bokhorst en mr. K. Kooijman.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navordering over vijf jaren is terecht.