ECLI:NL:PHR:2008:BA3303
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over navordering douanerechten bij vergissing oorsprongscertificaat en toepassing navorderingstermijn
Belanghebbende, actief in de handel in alcoholhoudende dranken, gebruikte EUR.1-certificaten van Israëlische autoriteiten waarop als oorsprong een EG-lidstaat stond vermeld. Dit leidde tot toepassing van preferentiële tarieven die niet gerechtvaardigd waren, omdat de overeenkomst tussen EG en Israël alleen preferentiële behandeling toestaat voor goederen van Israëlische oorsprong.
Het Hof stelde vast dat de Israëlische douane een vergissing maakte door certificaten met EG-oorsprong af te geven, maar oordeelde dat belanghebbende als ervaren marktdeelnemer deze vergissing redelijkerwijs had kunnen ontdekken en daarom geen beroep kon doen op artikel 220, tweede lid, onderdeel b, CDW. Tevens vond het Hof dat de navorderingstermijn van vijf jaar terecht werd toegepast omdat het handelen van belanghebbende gericht was op ontduiking van rechten.
De Hoge Raad verwierp het beroep van belanghebbende dat de Nederlandse douane niet de administratieve samenwerking volgens artikel 32 Protocol Pro nr. 4 had gevolgd, omdat het Protocol niet van toepassing was op de situatie waarin Israëlische autoriteiten certificaten met EG-oorsprong afgeven. De Hoge Raad bevestigde dat alleen de douaneautoriteiten van het land van oorsprong certificaten mogen afgeven.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de vergissing van de Israëlische douane een vergissing was die belanghebbende redelijkerwijs had kunnen ontdekken, waardoor artikel 220 CDW Pro niet beschermt. Ten aanzien van de verlenging van de navorderingstermijn stelde de Hoge Raad dat deze alleen geldt bij handelen gericht op ontduiking van rechten, hetgeen niet was vastgesteld door het Hof. Daarom werd het cassatiemiddel over de termijnverlenging gegrond verklaard en de navordering verminderd.
Uitkomst: De navordering is terecht wegens ontdekbare vergissing, maar de verlenging van de navorderingstermijn tot vijf jaar is onterecht zonder bewijs van ontduikingsopzet.